Het #Verhaal van Knük de Grote

Knük de Grote lande op Isthmus Eiland op de 12e van Unaar in de Eeuw van de Drakenvliegen. Het was een tijd van vrede tussen de bedrijvige Puansans van het Dichte Woud en de redelijk hoffelijke Dandies van de Eilanden. Iedereen probeerde zoveel mogelijk uit zijn buurt te blijven na zijn landing, want hij leek tenslotte totaal niet op hun of iets wat ze ooit hadden gezien. Hij had twee oog-achtige ballen die uit zijn hoofd staken, welke groenig was en hij had een grote mond met flubberlippen. Hij was een vreemd fenomeen en iedereen probeerde hem en zijn gecrashte voertuig zoveel mogelijk te ontlopen. Toen op een dag deed hij het ondenkbare.

Het was een hete middag, Knük was wanhopig voor wat te drinken and een plek om zijn vermoeide hoofd te laten rusten, maar geen van het volk; Puansans of Dandies, lieten hem binnen of boden hem wat te drinken aan. Hij was een slecht teken; een voorbode van een noodlottig iets. Dus, iedereen ontweek en ontliep hem. Niemand wilde iets te maken hebben met hem. Mensen schopten hem van hun stoep af en joegen hem weg van hun gazon; hij paste er gewoonweg niet bij, hoe hard hij het ook probeerde. “Ga weg, misbaksel!” riepen stemmen hem na. Zijn voeten waren als van een Octopus and hij had een merkwaardige manier van bewegen, hij loopt als een kwal op het droge. Hij zag er uit als een mislukt laboratorium experiment.

En toen, terwijl hij op de grond zat tussen het puin van zijn gecrashte voertuig, herrinnerde hij zich de oneindige opslag van zijn hoed en hoe hij het verstandig had gevonden om een compleet gebouw er in te stoppen voordat hij zijn reis door het universum begon. En toen trok hij een imposant gebouw uit zijn hoed, compleet ingericht met meubels. Twee kinderen die het zagen gebeuren van achter de bosjes bij de rivier renden weg naar het dorp om de vreemde gebeurtenissen te vertellen.

“De vreemdeling trok een huis uit zijn hoed. We zagen het met onze eigen ogen.”

En met die uitspraak in de oren geknoopt trok het volledige dorp naar de plek van de vreemdeling om het zelf te zien. Toen ze daar aan kwamen eisten ze nog een truc, want ze dachten dat hij een illusionist of tovenaar was. Knük was al lang niet meer zo dicht bij echte mensen geweest, en nu vroegen ze nog dingen van hem ook. Hij bedacht dat dit het moment was om het ze betaald te zetten, voor hoe ze hem behandeld hadden. Maar hij wilde hun aandacht niet verliezen, dus heette hij ze welkom in zijn huis.

Het interieur van zijn huis was al net zo mooi ontworpen als het exterieur. Iedereen was danig onder de indruk van de esthetische inrichting van het huis, ze waren gek op schoonheid. Op dat moment sprong er een kleinere versie van Knük voor ze en hij kondigde zichzelf aan.

“Hallo iedereen, ik ben Xnarf! Het wereldberoemde hulpje van Knük de Grote!!!”

***

Al snel warden Knük en Xnarf de populairste illusionisten op de volledige Ishtmus Eilanden, en daar genoten ze van want dat betekende dat ze eindelijk geaccepteerd werden. Mensen kwamen van heinde en verre om ze te zien optreden, met heel hun hart en zaligheid haalden ze de meest uitbundige trucs uit, iedereen hield van ze.

 

 

Read more
bleergh