#illustratie en #verhaal – #olifant en de #walvis

Polly de olifant was één van de vriendelijkste dieren in de jungle. Elke dag blies ze kusjes naar de apen, haalde fruit uit de hoogste bomen voor de kleine dieren, en ze maakte muziek met haar familie. Polly lachte altijd en iedereen werd vrolijk van haar. Ze gaf iedereen knuffels en maakte altijd zoveel mogelijk nieuwe vrienden.

Op een dag liep ze langs het water met haar moeder. De zon scheen fel, waardoor het water mooi glinsterde. In de verte zag Polly een blauwe walvis water spuiten. De walvis zag er uit alsof ze alleen was, en Polly beviel dat maar niets. “Moeder, hoe komt het dat die walvis helemaal alleen is? Heeft ze geen familie?” vroeg Polly.

Haar moeder keek d’r aan en glimlachte. “Ik weet zeker dat er niets aan de hand is. Haar familie is vast in de buurt. Misschien vindt ze het gewoon leuk om alles te verkennen net als jij!” De moeder liep terug naar de kudde, Polly en haar nieuwsgierige gedachten achter latend. Polly kon haar ogen niet van de walvis afhouden. Ze wilde graag naar de walvis toe, maar ze kon nog niet zwemmen.

Polly stak haar voet in het water, en rilde, “Dat is veel te koud, zelfs als ik wel kon zwemmen!” Polly keek rond terwijl ze zich op het hoofd krabde met haar slurf. “Er moet een manier zijn om haar te bereiken zonder te zwemmen.” Na een paar minuten gaf ze het fronsend op, teleurgesteld dat ze de walvis nooit zou bereiken. Plotseling spoelde er een boomstam aan. Het was tien keer zo groot als Polly’s kleine slurfje. Ze rekte zich uit en kon de stam net bereiken met haar slurf. Ze worstelde om het te grijpen.

Haar moeder kwam en trok de stam het land op. “Alsjeblieft liefje. Waar heb je dit voor nodig?”

“Ik ga een vlot bouwen zodat ik met de walvis kan praten. Ik wil weten of het goed gaat met d’r.”

Haar moeder lachte vriendelijk en riep de andere olifanten om te helpen met het bouwen van een vlot. Ze bonden het samen met lianen en ze gaven haar een stevige stok om als roeispaan te gebruiken. “Bedankt allemaal! Kunnen jullie me alsjeblieft nog een zetje geven?”

De olifanten duwden haar het water in en Polly peddelde met haar stok. Ze bereikte de walvis die net even kopje onder ging, en daarna een harde straal water wegspoot toen ze weer boven kwam. “Hallo,” zei Polly zachtjes.

“Ahh!” schreeuwde de walvis. “Wie ben jij?”

“Het spijt me. Ik wilde je niet laten schikken,” sprak Polly, “Mijn naam is Polly. Hoe heet jij?”

“Ik ben Mona,” zei de walvis.

“Hallo Mona, je ziet er een beetje droevig uit. Is er iets mis?”

“Mijn familie zei dat ik hier moest wachter terwijl zei eten gingen zoeken. Ik heb al een tijdje niets meer van ze gehoord en ik begin me een beetje zorgen te maken.”

“Ik weet zeker dat ze in orde zijn!” Zei Polly vol vertrouwen, “Wil je misschien wat gezelschap terwijl je wacht?”

“Graag!” Zei Mona met een grote glimlach. “Zullen we doen wie het eerste op de bodem van de zee is?”

“Um… Dat kan ik niet. Olifanten kunnen niet onder water ademen zoals jij. En ik kan niet zwemmen. Als je dan niet met me wilt spelen is dat ook goed hoor.” Polly peddelde langzaam achteruit en liet haar hoofd hangen.

“Doe niet zo raar!” zei Mona, “Je hoeft toch niet in het water te zijn om lol te hebben. Je mag op mijn rug!”

“Doe ik je dan geen pijn?”

“Je bent een kleine olifant en ik een grote walvis. Ik ben nog niet volwassen, maar veel sterker dan je zou denken! Ga je mee?”

“Ja graag!” riep Polly.

Ze sprong bij Mona op d’r rug en Mona spetterde water op d’r. Ze zwom rondjes en Polly moest hard lachen. Ze vroeg Polly om bij haar blaasgat te gaan staan en ze spoot een krachtige straal water er uit waardoor Polly hoog de lucht in vloog en weer naar beneden kwam toen de straal kleiner werd. “Hee kijk!” zei Mona.

Polly keek omlaag en zag dat er een groep walvissen kwam aanzwemmen. “Je familie is terug!” Polly klom weer op haar vlot zodat Mona haar familie kon begroeten. Ze vond het prachtig om te zien hoe gelukkig ze was. Polly begon terug te roeien en Mona zwom om haar in te halen.

“Waar ga je heen? Ik dacht dat we aan het spelen waren!”

“Dat was zeker leuk!” zei Polly, “maar ik moet terug gaan. Het is bijna donken, en jij kan wel wat tijd met je familie gebruiken.”

“Okee, kunnen we dan morgen weer spelen? Dan zien we elkaar hier weer!”

“Absoluut!” sprak Polly enthousiast, en de twee dieren gingen terug naar hun familie, uitkijkend naar de komende dagen en de avonturen die ze samen gaan beleven.

Read more

#illustratie : #octopus #poppenkast #verhaal

De Octopus en haar handpoppen

Er was eens in de diepe blauwe oceaan een octopus die Octavia heette. Op een dag deed ze en wens, en deze wens veranderde haar leven. Zoals je waarschijnlijk weet, staan octopussen bekend om hun vele armen maar Octavia wenste er nog meer en dat was het moment waarop drie van haar tentakels ineens handpoppen kregen. Octavia probeerde de poppen er vanaf te halen, maar dat kreeg ze niet voor elkaar. Ze spoot zelfs haar eigen inkt over de poppen maar dat veranderde niets. Octavia vroeg zich af wat ze nu moest en hoe dit haar heeft kunnen overkomen.

“Ik snap het niet,” riep ze uit tegen het zeewater, hopend dat iemand haar zou horen en beantwoorden.

“Je was inhalig,” zei een stem vanuit het water, maar Octavia begreep niet waar de stem vandaan kwam.

“Wie zei dat?” vroeg Octavia.

“Het is ik,” zei de stem

“Wie of wat ben jij?” vroeg Octavia.

“Ik ben het zeewier waar je naast stond toen je je wens deed. Je hebt al acht armen en toch wil je er meer. Er zijn zoveel zeedieren die blij zouden zijn met wat jij hebt. Dankzij mijn magie kreeg je een gift. Je kreeg de handpoppen en ze kunnen zeer bruikbaar zijn als je leert hoe je er mee om moet gaan,” sprak de stem.

“Hoe kunnen ze mij helpen?” vroeg Octavia.

“Dat ga ik niet voor je beantwoorden. Dat is een mysterie dat je zelf moet ontrafelen,” sprak het zeewier.

Octavia zwierde met haar tentakels. Ze bestudeerde de drie poppen. Het waren Jan Klaassen, Katrijn en een politie agent. “Hoe kan ik deze drie nu nuttig maken,” zei ze.

“Ik zou een taart voor je kunnen bakken,” zei Katrijn.

“Jullie praten?” vroeg Octavia

“Jazeker,” zei de agent, “is dat een probleem?”

 

“Het verrast me,” zei Octavia, “maar ik neem aan dat dit betekend dat ik altijd gezelschap zal hebben.”

“We moeten uitzoeken waar je goed in bent,” sprak Jan Klaassen. “Ik weet zeker dat we andere zeebewoners aan het lachen kunnen maken.”

“Waarschijnlijk wel,” zei Octavia, “omdat we anders zijn.”

“Sommige gemene zeebewoners zullen ons misschien uitlachen omdat we anders zijn,” sprak Jan Klaassen, “of misschien zeggen ze wel dingen omdat ze jaloers zijn op je. Jij hebt iets wat niemand anders heeft. We zien er misschien uit als normale handpoppen, maar wij zijn bijzonder en we hebben onze eigen gedachten en ideeën.”

“Met jou erbij Octavia,” zei de agent, “zijn we met z’n vieren. Ik weet zeker dat we een manier kunnen vinden om iets te doen waar we blij van worden en wat ook nog goed voor de oceaan is.”

 

“Er is maar weinig entertainment hier in de zee,” zei Katrijn, “behalve tikkertje of verstoppertje. We hebben geen dingen als films of online games omdat elektrische apparaten niet werken onder water.”

“Wat zijn films?” vroeg Octavia.

“Dat zijn bewegende plaatjes die worden getoond op een apparaat dat televisie wordt genoemd,” legde de agent uit, “en ze vertellen een verhaal.”

“Ik hou wel van verhalen,” verzuchtte Octavia, “maar we hebben weinig boeken hier in de zee want ze worden meestal nogal zompig door het water. We vertellen verhalen van zeebewoner tot zeebewoner.”

“Misschien is dat wat we moeten gaan doen”, riep Jan Klaassen uit, “we kunnen de andere vissen entertainen met een poppenkast. We zwemmen van plek naar plek waar we een show opvoeren en de verhalen vertellen die we onderweg horen. Het is leuk om nieuwe plekken te zien. Wie weet worden we ooit beroemd.”

“Denk je dat de vissen en andere oceaan dieren onze shows leuk zouden vinden?” Vroeg de agent.

“Zeker weten,” bevestigde Katrijn, “moet je kijken hoe grappig ik ben als ik Jan Klaassen achterna zit met mijn deegroller.”

“Maar je krijgt hem nooit te pakken,” zei de agent, “hij loopt gewoon weg.”

“Dat is toch grappig en iedereen die ons ziet zal vermaakt worden,” zei Katrijn.

“Laten we dan een verhaal bedenken om te vertellen,” zei Octavia. “Misschien kunnen we ons zelfs verkleden als andere personages. We kunnen bladeren en planten gebruiken die hier groeien om onze kostuums van te naaien.”

 

“Dat klinkt geweldig,” zei Jan Klaassen, “ik ben zo enthousiast.”

“Ik ook,” gierde Octavia, “en dan te bedenken dat ik eerst boos was dat ik op deze manier mijn extra armen zou krijgen.”

De drie handpoppen en Octavia besloten dat hun eerste optreden zou zijn voor een kleine school vissen die elkaar vaak ontmoetten in een grot. Octavia verklede zich als een waarzegger met stukken zeewier als onderdeel van haar kostuum. Elk van de drie poppen deed net alsof ze hun toekomst kwamen laten voorspellen. Alle vissen lachten en smeekten om nog een verhaal, dus dat deden ze. Gaandeweg raakten de drie poppen en hun nieuwe vriendin Octavia steeds beter in het acteren, en ze begonnen op te treden voor groter en nog groter publiek totdat op een dag vissen van heinde en verre kwamen om de geweldige zeeshow te zien waar ze zoveel over hadden gehoord. Hier werden Octavia en de handpoppen enorm gelukkig van. Ze reisden steeds verder en verder om meer vissen en zeebewoners blij te maken, maar ze hadden hun vrienden en familie wel beloofd om altijd weer thuis te komen. Want, het maakt niet uit hoe beroemd ze waren, hun vrienden en familie waren het meest belangrijke voor ze.

Octavia was blij met haar wens waardoor ze handpoppen als extra armen heeft gekregen. Ze begreep dat het belangrijk was om voorzichtig te zijn wat je wenst, maar dat het doen van wensen net zo belangrijk is, want soms krijg je precies wat je nodig hebt terwijl je je dat niet realiseert.

Read more

banaan kopen – Een kort #verhaal over een #olifant 

 

Banaan kopen van Edgar de Olifant?Edgar de Olifant was moeilijk om over het hoofd te zien in de stad. Hij was het grootste dier dat ik ooit heb gezien, en dat zegt wat. Als een muis is bijna iedereen groter dan ik. Edgar was één groot mysterie. Mijn snorharen gingen trillen telkens als hij voorbij liep, omdat ik nieuwsgierig was naar wat hij had onder zijn lange, zwarte jas en zonnebril.

“Niet Mr.Edgar lastige gaan vallen he, Missy,” zei mijn moeder. Ik lachte naar haar. Ik was helemaal niet van plan om Mr.Edgar lastig te gaan vallen. Ik zette mijn kleine strooien hoedje op, met een paarse bloem stevig onder de rand gestopt en ik liep de stad stad in om deze te gaan ontdekken. Ik hoopte dat ik Mr.Edgar zou tegen komen onderweg.

De dieren in mijn stad waren meestal vriendelijk. We zwaaiden naar elkaar en Mw.Kolibri had altijd wel snoepjes voor me. Ze was goed in het ontdekken van zoetigheid. Ik zat op de stoeprand wat nectarsnoepjes te eten toen ik de vloer voelde gaan trillen. Dat betekende dat er een groot dier aan kwam! Ik sprong op, en duwde de rand van mijn hoed wat naar achteren zodat ik het goed kon zien. Het was Edgar de Olifant.

Hij wandelde door het midden van de straat, elke voetstap deed de kleine steentjes schudden. Hij liep met zijn handen in de zakken van zijn lange jas. Zijn ogen waren verstopt achter de donkere zonnebriel. Hij zag er zo cool uit! Toen hij voorbij liep, sprong ik van de stoeprand en achtervolgde hem. Ik rende naar hem toe. sprong en greep het uiteinde van zijn jas. Ik klom een stukje en greep me vast aan een knoopsgat.

De gebouwen werden groter toen we het gedeelte van de stad verlieten waar de kleine dieren woonden. De torens werden groter dan Edgar en zelfs langer dan de giraffes! I keek met bewondering omhoog. Mijn neus kriebelde een beetje. Ik had me nooit gerealiseerd hoe zoetig Edgar rook. Misschien was het iets in zijn jas?

We liepen de hoek om naar een andere straat en de gevels van de gebouwen waren hier bedekt met lianen. Ik hoorde kleurige vogels hun lied zingen, elk zijn best doen om de ander te overstemmen. Misschien wilde één van hen wel de winkel van Mw.Kolibri bezoeken en voor ons allemaal zingen? Ik keek op naar Edgar’s gezicht. Zijn slurf zwaaide heen en weer bij elke stap en hij lachte. We moeten in de buurt komen van waar hij dan ook naar onderweg was. Ik keek omhoog naar de lianen die overgingen in bomen die langs de zijdes van de gebouwen groeien.

“Hey! Edgar! Hiero!” Ik draaide my hoofd terwijl Edgar’s slurf over mijn oren zwaaide. Het was een aap! Hij droeg ook een donkere jas, en een zonnebril zoals Edward’s. “Heb je ze?”

Edgar reikte naar beneden om zijn jas te openen en ik sprong er af. In zijn jas hing het vol met bananen! Zo veel bananen! “Wil je er een paar kopen?” vroeg hij de aap. De aap knikte en kocht er twee. Ik klom terug op Edgar’s jas en we liepen verder over straat.

“Pssst! Banaan kopen?” Zei Edgar tegen de ene aap na de andere. Sommige apen kochten wat, terwijl andere hun neuzen op trokken.

“Wat is dat met die bananen, Edgar?” Vroeg ik, toen ik naar zijn schouder klom nadat hij al zijn bananen had verkocht.

“De apen burgemeester heeft de belasting op bananen verhoogd. Dus, ik dan breng ik er maar een paar goedkope.”

“Dat is best cool van je Edgar!” Zei ik, terwijl ik hem op de zijkant van zijn hoofd klopte.

Hij lachte. “Laten we nog meer bananen gaan halen.”

Read more

Het #Verhaal van Knük de Grote

Knük de Grote lande op Isthmus Eiland op de 12e van Unaar in de Eeuw van de Drakenvliegen. Het was een tijd van vrede tussen de bedrijvige Puansans van het Dichte Woud en de redelijk hoffelijke Dandies van de Eilanden. Iedereen probeerde zoveel mogelijk uit zijn buurt te blijven na zijn landing, want hij leek tenslotte totaal niet op hun of iets wat ze ooit hadden gezien. Hij had twee oog-achtige ballen die uit zijn hoofd staken, welke groenig was en hij had een grote mond met flubberlippen. Hij was een vreemd fenomeen en iedereen probeerde hem en zijn gecrashte voertuig zoveel mogelijk te ontlopen. Toen op een dag deed hij het ondenkbare.

Het was een hete middag, Knük was wanhopig voor wat te drinken and een plek om zijn vermoeide hoofd te laten rusten, maar geen van het volk; Puansans of Dandies, lieten hem binnen of boden hem wat te drinken aan. Hij was een slecht teken; een voorbode van een noodlottig iets. Dus, iedereen ontweek en ontliep hem. Niemand wilde iets te maken hebben met hem. Mensen schopten hem van hun stoep af en joegen hem weg van hun gazon; hij paste er gewoonweg niet bij, hoe hard hij het ook probeerde. “Ga weg, misbaksel!” riepen stemmen hem na. Zijn voeten waren als van een Octopus and hij had een merkwaardige manier van bewegen, hij loopt als een kwal op het droge. Hij zag er uit als een mislukt laboratorium experiment.

En toen, terwijl hij op de grond zat tussen het puin van zijn gecrashte voertuig, herrinnerde hij zich de oneindige opslag van zijn hoed en hoe hij het verstandig had gevonden om een compleet gebouw er in te stoppen voordat hij zijn reis door het universum begon. En toen trok hij een imposant gebouw uit zijn hoed, compleet ingericht met meubels. Twee kinderen die het zagen gebeuren van achter de bosjes bij de rivier renden weg naar het dorp om de vreemde gebeurtenissen te vertellen.

“De vreemdeling trok een huis uit zijn hoed. We zagen het met onze eigen ogen.”

En met die uitspraak in de oren geknoopt trok het volledige dorp naar de plek van de vreemdeling om het zelf te zien. Toen ze daar aan kwamen eisten ze nog een truc, want ze dachten dat hij een illusionist of tovenaar was. Knük was al lang niet meer zo dicht bij echte mensen geweest, en nu vroegen ze nog dingen van hem ook. Hij bedacht dat dit het moment was om het ze betaald te zetten, voor hoe ze hem behandeld hadden. Maar hij wilde hun aandacht niet verliezen, dus heette hij ze welkom in zijn huis.

Het interieur van zijn huis was al net zo mooi ontworpen als het exterieur. Iedereen was danig onder de indruk van de esthetische inrichting van het huis, ze waren gek op schoonheid. Op dat moment sprong er een kleinere versie van Knük voor ze en hij kondigde zichzelf aan.

“Hallo iedereen, ik ben Xnarf! Het wereldberoemde hulpje van Knük de Grote!!!”

***

Al snel warden Knük en Xnarf de populairste illusionisten op de volledige Ishtmus Eilanden, en daar genoten ze van want dat betekende dat ze eindelijk geaccepteerd werden. Mensen kwamen van heinde en verre om ze te zien optreden, met heel hun hart en zaligheid haalden ze de meest uitbundige trucs uit, iedereen hield van ze.

 

 

Read more
bleergh