De Octopus en haar handpoppen

Er was eens in de diepe blauwe oceaan een octopus die Octavia heette. Op een dag deed ze en wens, en deze wens veranderde haar leven. Zoals je waarschijnlijk weet, staan octopussen bekend om hun vele armen maar Octavia wenste er nog meer en dat was het moment waarop drie van haar tentakels ineens handpoppen kregen. Octavia probeerde de poppen er vanaf te halen, maar dat kreeg ze niet voor elkaar. Ze spoot zelfs haar eigen inkt over de poppen maar dat veranderde niets. Octavia vroeg zich af wat ze nu moest en hoe dit haar heeft kunnen overkomen.

“Ik snap het niet,” riep ze uit tegen het zeewater, hopend dat iemand haar zou horen en beantwoorden.

“Je was inhalig,” zei een stem vanuit het water, maar Octavia begreep niet waar de stem vandaan kwam.

“Wie zei dat?” vroeg Octavia.

“Het is ik,” zei de stem

“Wie of wat ben jij?” vroeg Octavia.

“Ik ben het zeewier waar je naast stond toen je je wens deed. Je hebt al acht armen en toch wil je er meer. Er zijn zoveel zeedieren die blij zouden zijn met wat jij hebt. Dankzij mijn magie kreeg je een gift. Je kreeg de handpoppen en ze kunnen zeer bruikbaar zijn als je leert hoe je er mee om moet gaan,” sprak de stem.

“Hoe kunnen ze mij helpen?” vroeg Octavia.

“Dat ga ik niet voor je beantwoorden. Dat is een mysterie dat je zelf moet ontrafelen,” sprak het zeewier.

Octavia zwierde met haar tentakels. Ze bestudeerde de drie poppen. Het waren Jan Klaassen, Katrijn en een politie agent. “Hoe kan ik deze drie nu nuttig maken,” zei ze.

“Ik zou een taart voor je kunnen bakken,” zei Katrijn.

“Jullie praten?” vroeg Octavia

“Jazeker,” zei de agent, “is dat een probleem?”

 

“Het verrast me,” zei Octavia, “maar ik neem aan dat dit betekend dat ik altijd gezelschap zal hebben.”

“We moeten uitzoeken waar je goed in bent,” sprak Jan Klaassen. “Ik weet zeker dat we andere zeebewoners aan het lachen kunnen maken.”

“Waarschijnlijk wel,” zei Octavia, “omdat we anders zijn.”

“Sommige gemene zeebewoners zullen ons misschien uitlachen omdat we anders zijn,” sprak Jan Klaassen, “of misschien zeggen ze wel dingen omdat ze jaloers zijn op je. Jij hebt iets wat niemand anders heeft. We zien er misschien uit als normale handpoppen, maar wij zijn bijzonder en we hebben onze eigen gedachten en ideeën.”

“Met jou erbij Octavia,” zei de agent, “zijn we met z’n vieren. Ik weet zeker dat we een manier kunnen vinden om iets te doen waar we blij van worden en wat ook nog goed voor de oceaan is.”

 

“Er is maar weinig entertainment hier in de zee,” zei Katrijn, “behalve tikkertje of verstoppertje. We hebben geen dingen als films of online games omdat elektrische apparaten niet werken onder water.”

“Wat zijn films?” vroeg Octavia.

“Dat zijn bewegende plaatjes die worden getoond op een apparaat dat televisie wordt genoemd,” legde de agent uit, “en ze vertellen een verhaal.”

“Ik hou wel van verhalen,” verzuchtte Octavia, “maar we hebben weinig boeken hier in de zee want ze worden meestal nogal zompig door het water. We vertellen verhalen van zeebewoner tot zeebewoner.”

“Misschien is dat wat we moeten gaan doen”, riep Jan Klaassen uit, “we kunnen de andere vissen entertainen met een poppenkast. We zwemmen van plek naar plek waar we een show opvoeren en de verhalen vertellen die we onderweg horen. Het is leuk om nieuwe plekken te zien. Wie weet worden we ooit beroemd.”

“Denk je dat de vissen en andere oceaan dieren onze shows leuk zouden vinden?” Vroeg de agent.

“Zeker weten,” bevestigde Katrijn, “moet je kijken hoe grappig ik ben als ik Jan Klaassen achterna zit met mijn deegroller.”

“Maar je krijgt hem nooit te pakken,” zei de agent, “hij loopt gewoon weg.”

“Dat is toch grappig en iedereen die ons ziet zal vermaakt worden,” zei Katrijn.

“Laten we dan een verhaal bedenken om te vertellen,” zei Octavia. “Misschien kunnen we ons zelfs verkleden als andere personages. We kunnen bladeren en planten gebruiken die hier groeien om onze kostuums van te naaien.”

 

“Dat klinkt geweldig,” zei Jan Klaassen, “ik ben zo enthousiast.”

“Ik ook,” gierde Octavia, “en dan te bedenken dat ik eerst boos was dat ik op deze manier mijn extra armen zou krijgen.”

De drie handpoppen en Octavia besloten dat hun eerste optreden zou zijn voor een kleine school vissen die elkaar vaak ontmoetten in een grot. Octavia verklede zich als een waarzegger met stukken zeewier als onderdeel van haar kostuum. Elk van de drie poppen deed net alsof ze hun toekomst kwamen laten voorspellen. Alle vissen lachten en smeekten om nog een verhaal, dus dat deden ze. Gaandeweg raakten de drie poppen en hun nieuwe vriendin Octavia steeds beter in het acteren, en ze begonnen op te treden voor groter en nog groter publiek totdat op een dag vissen van heinde en verre kwamen om de geweldige zeeshow te zien waar ze zoveel over hadden gehoord. Hier werden Octavia en de handpoppen enorm gelukkig van. Ze reisden steeds verder en verder om meer vissen en zeebewoners blij te maken, maar ze hadden hun vrienden en familie wel beloofd om altijd weer thuis te komen. Want, het maakt niet uit hoe beroemd ze waren, hun vrienden en familie waren het meest belangrijke voor ze.

Octavia was blij met haar wens waardoor ze handpoppen als extra armen heeft gekregen. Ze begreep dat het belangrijk was om voorzichtig te zijn wat je wenst, maar dat het doen van wensen net zo belangrijk is, want soms krijg je precies wat je nodig hebt terwijl je je dat niet realiseert.

...